Nu wil ik iets schrijven, maar weet niet goed waar ik moet beginnen. De eerste boodschap luidt:”ik ben terug in des lands sinds afgelopen zaterdagavond”. De rede dat ik nu pas iets van me laat horen, is dat ik me nog tussen twee werelden bevind en dat het me wel enige moeite kost om uit een diepe roes te komen. De laatste weken in Jinja waren ook erg hectisch en vermoeiend. Maar zeker genieten. Ik heb weer vele spannende verhalen om te vertellen, zoals autopech hebben midden in het regenwoud, slapen in het regenwoud, een ophol geslagen dorpfeest, een opstandige guesthouse bewoner, een hardleerse tegelzetter, een schoenendief en ga zo maar door. Saai was het zeker niet.
De cultuurshock krijg je nu pas achteraf. Mijn lief en ik weten nog niet goed wat we met deze omlag aan moeten. De eerste nacht verbleef ik bij moeders. Toen ik de koelkast open deed voor wat sap, stond ik lichtelijk geschokt te staren naar de hoeveelheid voedsel in deze koeling. De volgende dag heb ik me rond gegeten aan al de verschillende smaken die ik maar vond in huis. Honger had ik niet hoor, ik heb zeker voldoende gegeten in Afrika. Maar het ging me meer om het proeven, zoals kaas, drop, andere noten dan pindanoten, sla, olijven, chocola en nog meer van die dingen. Maar het beseffen dat ik weer terug was, deed ik nog niet. Ik werd daarvoor te veel afgeleiden door mijn familie. Het trieste nieuws is, dat mijn opa in het ziekenhuis ligt al 4 weken. Dus eigenlijk werd mijn thuiskomst direct in beslag genomen door ziekenhuis bezoeken. Maar zoals de Afrikanen zeggen, that’s live. En zo is het maar net. Het is een tijd van komen en gaan en of dat nu over het leven gaat of over reizen, het is nooit leuk om te vertrekken. Maar elke mooie herinnering geeft weer moed om verder te gaan.
Ik heb ontzettend veel geleerd tijdens de afgelopen maanden. Een ander mens ben ik niet geworden, maar ik ben niet meer dezelfde als daarvoor. Het leven is daar zo anders. Hoe kinderen zich daar kunnen vermaken met dingen wat wij als afval zien. Zoals het maken van speelgoed van gedroogd gras, blikjes, plastic flesjes, dopjes ect. Hoe de volwassenen één auto maken van meerdere kapotte wagens, provisorisch dingen produceren. Kortom inventief en creatief genoeg. Maar er zit ook een trieste schaduwzijde aan deze uitvinders. Ze missen inzicht in het vooruit zien en plannen en hierdoor ontbreekt een zakelijk instinct. Daardoor zijn het altijd de blanken die komen en profiteren van de mogelijkheden van het land. In Oeganda zijn het de Indiërs die een grote vinger in de pap hebben. Zij slaan er een slaatje uit en zo blijven de Afrikanen altijd ondergeschikt. Ook de corruptie helpt een handje mee, beter gezegt, dat is een van de grote boosdoeners. Helaas maar waar, is deze cirkel bijna onmogelijk te keren.
Een ding hoop ik wel, is dat Afrika, Oeganda, nooit haar charme zal kwijtraken. Want de eenvoudigheid van hun bestaan, doen met de middelen die ze hebben, geeft hen ook een soort van voldoening en niet de zucht naar meer en meer. Het klinkt misschien vreemd in de oren, ze hebben bijna niets, maar lijken vaak veel gelukkiger dan ons. En al hebben ze nog maar een klein beetje rijst, hun motto luidt: “happy to share”. En dit is de meest bijgebleven les die ik geleerd heb. Al heb je bijna niets meer, maar om het te delen met een ander geniet je er meer van.

Lieve mensen, tot gauw

Maaike